Huisdieren
De levenscyclus van een vlinder bestaat uit vier stadia: een complete metamorfose waarbij het dier zijn lichaamsstructuur, uiterlijk en fortbewegingswijze fundamenteel verandert.
Het vrouwtje legt kleine, ronde eieren (wit, geel of groen) op de onderkant van bladeren van de gastheerplant. Sommige soorten leggen één ei per blad, anderen leggen clusters van honderden. De inkubatie duurt meestal 3–8 dagen.
De uitgekomen rups eet onstil – eerst het eischaal, dan de gastheerplant. Ze groeit explosief en moet ongeveer 4–5 keer huilen (vel afwerpen) omdat haar huid niet meegroeit. Na de laatste huiing zoekt ze een steunpunt, spint een zijdezadellijmpje en hangt kopnaer om zich te veranderen in een pop.
In de pop vindt de radicale herbouw plaats: larvale weefsels breken af (histolyse) en imaginale schijfjes groeien uit tot vleugels, poten, ogen, antennes en voortplantingsorganen. Deze fase duurt 1–2 weken bij zomervlinders, maar kan maanden duren bij soorten die overwinteren als pop.
De vlinder kraakt de pop open, kruipt eruit met gekleurde, vouwde vleugels. Ze pompt hemolymfe in de aderpatronen om de vleugels uit te vouwen en te verstevigen. Na enkele uren drogen en harderworden kan ze vliegen. Volwassenen leven vaak slechts weken (nectareters) tot maanden (overwinterende soorten).
De totale cyclusduur varieert per soort, klimaat en seizoen: van ~3 weken tot meerdere maanden. Temperatuur en voedselbeschikbaarheid zijn cruciale factoren.