Huisdieren
Grasparkieten (budgerigars) zijn inheems in Australië en bewoonen de Outback, een groot, heet en droog gebied dat het grootste deel van het continentbinnenland beslaat. Ze leven in graslanden waar ze voedsel vinden. Droogtes zijn zwaar voor de vogels, en hoewel ze weinig water nodig hebben, gaan ze uiteindelijk dood als ze geen waterbron vinden. In regenperiodes zijn de graszaden die ze eten overvloedig aanwezig.
Wilde grasparkieten zijn aangepast aan hun hete, droge habitat. Ze kunnen lang zonder drinkwater als ze vocht uit voedsel (graszaad) halen. Ze verzamelen in zwermen en zwerven op zoek naar voedel. Na afgrazen van een gebied trekken ze verder. Bij voedsel/waterschaarste reizen zwermen van duizenden vogels honderden kilometers.
Bij ideale omstandigheden na veel regen, nestelen grasparkieten t.g.v. voedselbeschikbaarheid. Paren nestelen in holle bomen/stammen, vrouwtje legt 4-6 eieren. Terwijl ze 3 weken broedt, haalt mannetje voedel. Baby's klauwen na paar weken uit nest. Paar kan direct opnieuw nestelen bij voedselovervloed.
Bij huisdiergrasparkieten: ideale temperatuur 18-27°C (65-80°F). Kooi uit direct zonlicht (oververhitting) en niet buiten in kou hangen. Altijd voedel en water, kooibodem dagelijks schoonmaken.