Huisdieren
De levensverwachting van zangvogels, of passerines, varieert sterk per soort. Over het algemeen leven kleinere vogels korter, terwijl grotere soorten tientallen jaren kunnen overleven.
Kleine zangvogels – zoals mussen, koolmezen en vinken – leven doorgaans tussen de 2 en 5 jaar.
Middelgrote zangvogels – waaronder spechten en gaaien – overleven vaak 5 tot 10 jaar.
Grote zangvogels – zoals kraaien en raven – kunnen 10 tot 20 jaar oud worden.
Gespecialiseerde soorten – kolibries bijvoorbeeld hebben een gemiddelde van 3 tot 5 jaar.
Deze cijfers zijn gemiddelden. Kwaliteit van het leefgebied, voedselbeschikbaarheid, roofdieren en ziekten beïnvloeden allemaal hoe lang een individuele vogel leeft. Sommige sterven veel jonger, terwijl anderen de typische range overschrijden.