Huisdieren
De longen van een orang-oetan lijken op die van andere zoogdieren, inclusief mensen. Ze bestaan uit twee longen, gelegen in de borstkas. De rechterlong is groter dan de linkerlong en is verdeeld in drie lobben. De linkerlong heeft twee lobben.
De longen bestaan uit miljoenen kleine luchtzakjes, alveoli genaamd. Deze alveoli worden omringd door capillairen, minuscule bloedvaten. Zuurstof uit de lucht passeert door de alveoli in de capillairen. Kooldioxide uit het bloed passeert door de capillairen in de alveoli.
De longen zijn verantwoordelijk voor gasuitwisseling, het proces van zuurstof- en kooldioxide-uitwisseling tussen het lichaam en de omgeving. Wanneer een orang-oetan inademt, gaat lucht de longen in via de neus of mond. De lucht reist vervolgens door de luchtpijp (trachea), die naar de longen leidt. De trachea splitst in twee bronchussen, buizen die naar de longen leiden. De bronchussen vertakken zich verder in steeds kleinere buisjes, bronchioli genaamd.
De bronchioli eindigen in alveoli, kleine luchtzakjes. De wanden van de alveoli zijn erg dun, wat zuurstof en kooldioxide doorlaat. Zuurstof uit de lucht passeert door de alveoli in de capillairen. Kooldioxide uit het bloed passeert door de capillairen in de alveoli.
Het bloed transporteert de zuurstof naar het hart, dat het door het hele lichaam pompt. De kooldioxide wordt naar de longen getransporteerd, waar het wordt uitgeademd.
Orang-oetans zijn vatbaar voor een aantal longziektes, waaronder:
Longziektes bij orang-oetans kunnen ernstig en zelfs fataal zijn. Het is belangrijk om maatregelen te nemen om orang-oetans te beschermen tegen deze ziekten, zoals contact met zieke dieren te vermijden en hen een gezond dieet en omgeving te bieden.