Ontbossing schaadt dieren op verschillende manieren:
- Leefgebiedverlies: Kappen van bossen verwijdert de plekken waar dieren leven, voeden en zich voortplanten, wat leidt tot populatiedaling en uitsterven.
- Fragmentatie: Verdelen van leefgebieden in geïsoleerde stukjes maakt verplaatsing, voedselzoeken en roofdiervermijding moeilijker.
- Klimaatverandering: Ontbossing bijdraagt aan klimaatsveranderingen die migratie, voortplanting en weerpatronen verstoren.
- Vervuiling: Bodemerosie en watervervuiling door ontbossing schaden dieren direct en via gecontamineerde voedselketens.
- Jacht En Wilderij: Opgekapte bossen maken het voor jagers makkelijker om dieren op te sporen en te doden.
Over het geheel genomen is ontbossing een grote dreiging voor diergezondheid en overleving.