Huisdieren
Grazers: Herten, elanden, berggeiten, schapen, en jakken eten grassen, kruiden, en soms bladeren van struiken.
Bloeieters: Elzen, rendieren, en sommige hertensoorten bevorzugen bloeien op bladeren, takjes, en schieten van bomen en struiken.
Knaagdieren: Marmotten, eekhoorns, pika's, en woelmuizen consumeren zaden, noten, grassen, en wortels.
Roofdieren: Wolven, beren, lynxen, puma's, en vossen jagen op andere dieren zoals herten, elanden, knaagdieren, vogels, en vissen.
Aaseters: Beren, raven, en coyotes zullen aas eten van karkassen achtergelaten door andere roofdieren of natuurlijke doden.
Beren: Hoewel primair vleeseters, zijn beren opportunistisch en eten ook bessen, noten, wortels, en insecten.
Wasberen: Kunnen in hogere lagen gevonden worden en eten een wijd scala aan voedsel, inclusief vruchten, noten, insecten, en kleine dieren.
Sommige vogels: Veel vogels zijn alleseters, consumerend zaden, insecten, bessen, en zelfs kleine dieren.
Hoogteplanten: Dieren hebben zich geëvolueerd om de beperkte plantengroei in de bergen te benutten, zoals alpine weiden, korstmossen, en mosjes.
Seizoensdiëten: Veel dieren veranderen hun dieet seizoensgebonden, switchend naar meer beschikbare hulpbronnen als bessen in de zomer of noten in de herfst.
Hibernatie of migratie: Sommige dieren hibernren tijdens de harde winters, anderen migreren naar lagere altitudes waar voedsel meer voorhanden is.
Rocky Mountains: Mulherten, elanden, bighorn schapen, berglieeuwen, zwarte beren, en marmotten zijn algemene dieren met verschillende diëten.
Himalaya: Jak, sneeuwleeuw, rode panda, en Himalaya thar zijn onder de soorten aangepast aan de hoge hoogte omgeving en unieke voedselbronnen.
Het is belangrijk om te noteren dat dit een algemeen overzicht is, en de specifieke voedselbronnen variëren sterk afhankelijk van de individuele soort en hun habitat.