Huisdieren
Er zijn vier hoofdtypen ecologische piramides:
Toont de numerieke abundantie van organismen op elk trofisch niveau. Over het algemeen neemt het aantal individuen af naarmate je de voedselketen opgaat.
Voorbeeld: In een grasland kunnen er miljoenen grasplanten zijn, duizenden sprinkhanen, honderden vogels, en enkele haviken.
Vertegenwoordigt de totale massa van organismen op elk trofisch niveau. Biomassa daalt meestal van lagere naar hogere trofische niveaus.
Voorbeeld: De totale massa van gras is het grootst, gevolgd door sprinkhanen, vogels, en dan haviken.
Toont de hoeveelheid energie die wordt overgedragen van het ene trofische niveau naar het volgende. Energie neemt af op elk niveau door warmteverlies tijdens metabolische processen.
Voorbeeld: Energie begint met planten die zonlicht vangen en daalt via sprinkhanen en vogels, met slechts een fractie die de havik bereikt.
Vertegenwoordigt de snelheid waarmee energie of biomassa geproduceerd wordt op elk trofisch niveau over een bepaalde periode, wat de overdrachtsefficiëntie tussen niveaus toont.
Deze piramides bieden inzicht in ecosysteemstructuur en de stroom van energie en stof.