Huisdieren
Een landbiome is een duidelijke gemeenschap van planten en dieren die een specifiek geografisch gebied bewoont. Het karakter wordt gevormd door verschillende met elkaar samenhangende omgevingsfactoren.
Klimaat is een van de belangrijkste bepalende factoren van het biometype. Temperatuur, neerslag, luchtvochtigheid en zonlicht bepalen welke planten- en diergemeenschappen in een bepaald gebied kunnen overleven.
De dominante plantensoorten dienen als een belangrijke indicator van het algehele ecosysteem van het biome. Vegetatie wordt grotendeels gevormd door klimaat, bodemtype en topografie. Bijvoorbeeld, tropische regenwouden hebben weelderig groenblijvend groei door overvloedige regen en warmte, terwijl woestijnen schaarse vegetatie ondersteunen vanwege beperkt water.
Bostype, voedingsstofgehalte en pH-waarden bepalen welke planten kunnen gedijen. Zure bodems kunnen bepaalde soorten begunstigen, terwijl alkalische bodems andere ondersteunen, wat direct de structuur van de biologische gemeenschap beïnvloedt.
Fysieke kenmerken zoals hoogte, helling en expositie beïnvloeden de ontwikkeling van het biome. Bergachtige regio's kunnen verschillende biomesen op verschillende hoogten bevatten, en steile hellingen kunnen verschillen van zachte hellingen door variaties in drainage en erosie.
Gebeurtenissen zoals branden, overstromingen en stormen vormen de structuur en samenstelling van biomesen. Verstooringen kunnen kansen openen voor nieuwe soorten om te koloniseren en kunnen de dominante vegetatie veranderen, zoals bij een bosbrand die oude groei verwijdert en ruimte maakt voor nieuwe planten- en diergemeenschappen.
Samen creëren klimaat, vegetatie, bodem, topografie en verstooringen unieke ecologische gemeenschappen die zijn aangepast aan specifieke omgevingsomstandigheden.