Kameelen hebben verschillende opmerkelijke aanpassingen die hen helpen te overleven in hun woestijnomgeving:
- Bult(en): Vetvoorraden die kunnen worden afgebroken voor energie wanneer voedsel schaars is. Afhankelijk van de soort kan een kameel een of twee bulten hebben.
- Wateropslag: Kameelen kunnen tot 200 liter (53 gallon) drinken in slechts een paar minuten en het opslaan in gespecialiseerde lichaamscompartimenten, waardoor ze lange perioden zonder water kunnen overleven.
- Dikke wimpers en sluitende neusgaten: Beschermen hun ogen tegen zand en houden stof buiten tijdens zandstormen.
- Brede, gevoetelde voeten: Verdeelt het gewicht gelijkmatig en stelt comfortabel lopen op zand mogelijk.
- Warmtebehoud en -besparing: Een dikke vacht isoleert ze tegen hitte, en ze kunnen grote fluctuaties in lichaamstemperatuur verdragen, waardoor de behoefte aan zweten wordt verminderd en water wordt bespaard.
- Efficiënte nieren: Zeer efficiënt in het besparen van water en het uitscheiden van sterk geconcentreerde urine.
Deze aanpassingen, gecombineerd met hun vermogen om lange perioden zonder voedsel en water te gaan, maken kameelen goed geschikt voor het overleven in harde woestijnomgevingen.
Met betrekking tot boerderijdieren