Huisdieren
De schapenfokvlakten van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland worden vaak het "High Country" genoemd.
Hoewel het geen formeel erkend geografisch term is, omvat het de uitgestrekte, hooggelegen graslanden en tussocklanden die zich uitstrekken over het binnenland van het Zuidereiland. Deze gebieden worden gekenmerkt door:
* Hoge hoogte: Doorgaans boven de 600 meter.
* Ruig terrein: Steile hellingen, hoge bergen en rivierdalen.
* Droog klimaat: Beperkte regenval, vaak leidend tot lage tussockvegetatie.
* Uitgestrekte schapenhouderij: Historisch gezien werden deze vlakten gebruikt voor uitgestrekte schaapsweiding, en ze blijven belangrijk voor de wol- en lamsproductie van het land.
Enkele specifieke regio's binnen het Hochland van het Zuidereiland zijn:
* Mackenzie Basin: Gelegen in het centrale Zuidereiland, dit bekken is de thuisbasis van de beroemde Aoraki/Mount Cook.
* Central Otago: Bekend om zijn droge klimaat, hoge bergen en uitgestrekte wijngaarden.
* Canterbury Plains: Deze vlakten strekken zich uit ten oosten van de Zuidelijke Alpen en worden ook gebruikt voor schapen- en rundveehouderij.
Hoewel de term "High Country" vaak wordt geassocieerd met schapenhouderij, omvat het ook gebieden die worden gebruikt voor andere activiteiten zoals toerisme, natuurbescherming en recreatie.