Paarden
- Cavalerie: Bieden snelheid, wendbaarheid en schokkracht. Ridders op paarden waren elite-eenheden.
- Transport: Vervoerden voorraden, bagage en beleeringswapens.
- Oorlogspaarden: Gefokt voor kracht, uithoudingsvermogen en temperament; duur en zorgvuldig getraind.
Honden
- Oorlogshonden: Grote, woeste honden getraind om vijanden aan te vallen en kampen te bewaken.
- Jachthonden: Soms gebruikt om vluchtende vijanden achterna te zetten.
Andere dieren
- Kamelen: Gebruikt voor transport, vooral in woestijngebieden.
- Olifanten: Zeldzaam in Europa maar af en toe gebruikt in het Midden-Oosten als formidabele wapens.
- Varkens: Tijdens belegeringen naar vijandelijke forten gedreven om terugtrekkingen te forceren of mijnen bloot te leggen.
- Vogels: Valken en haviken gebruikt om vijanden af te leiden, berichten over te brengen of troepen aan te vallen.
Buiten gevecht
Dieren vervulden ook logistieke rollen – ossen trokken karren, schapen leverden wol en kippen leverden voedsel. Hun aanwezigheid kon ook de moreel aan beide zijden van het slagveld beïnvloeden.
Gebruik varieerde over tijd en regio gedurende de middeleeuwen.
Met betrekking tot boerderijdieren