De fossa, een katachtige carnivoor van Madagaskar, overleeft door verschillende aanpassingen:
- Terugtrekbare klauwen voor het beklimmen van bomen
- Krachtige achterbenen voor het springen
- Flexibele wervelkolom voor manoeuvreren in smalle ruimten
- Scherpe tanden voor het vangen en eten van prooi
- Camouflage door bontkleuring
- Nachtactief gedrag om predatoren te vermijden en 's nachts te jagen
- Solitair karakter die competitie vermindert
- Veelzijdig dieet inclusief lémoers, knaagdieren, vogels en insecten
- Uitstekend zicht en gehoor voor het detecteren van prooi en bedreigingen