Huisdieren
Vissen slapen niet zoals mensen. In plaats daarvan gaan ze over in een toestand van verminderde activiteit en responsiviteit genaamd rust of quiescence. Algemene kenmerken zijn:
1. Verminderde activiteit: Minder beweging; ze kunnen stil blijven in het water, op het substraat of in beschutte gebieden.
2. Oogpositieveranderingen: Sommige trekken ogen terug of bedekken ze met een nictiterend vlies; anderen sluiten ogen gedeeltelijk of rollen ze naar achteren.
3. Verminderde dekselbewegingen: Kieuwdekselbewegingen vertragen, wat wijst op verminderde stofwisseling en ademhaling.
4. Kleurveranderingen: Sommige vissen worden donkerder of lichter, of vertonen rustgerelateerde patronen.
5. Veranderde positionering: Sommige liggen plat op het substraat, rusten kop-omlaag, of klemmen zich in spleten.
6. Verminderde responsiviteit: Verminderde reactie op aanraking, licht of verstoringen.
7. Verminderde stofwisselingsnelheid: Energie- en zuurstofverbruik nemen af.
Patronen variëren per soort, omgeving en andere factoren.