Kaakloze vissen, zoals lampreuzen en slijmkalfsen, hebben unieke aanpassingen:
Voeding
- Parasitaire levensstijl (lampreuzen): Gespecialiseerde mond met tanden en schraperhaken om bloed en vlees te consumeren.
- Aas eten (slijmkalfsen): Voeden zich met dode of stervende vissen met scherpe tanden en getande tongen.
- Slijmproductie: Slijm verstoppt de kieuwen van roofdieren als verdediging.
Locomotion
- Kraakbeenskelet: Lichter en flexibeler dan bot.
- Golvend lichaam: Slangachtige zwembeweging.
- Geen gepaarde vinnen: Vertrouwen op lichaamsgolven voor beweging.
Andere aanpassingen
- Nachtactief gedrag: Actief 's nachts.
- Graven: Slijmkalfsen graven zich in in sediment.
- Zintuiglijke organen: Zijlijnsysteem en scherpe reuk.
Kaakloze vissen vertegenwoordigen enkele van de vroegste gewervelden en tonen vroege overlevingsstrategieën.