De redenering is geldig, en in dit geval ook kloppend. Hier is waarom:
- Geldig: De redering volgt een logische syllogisme:
- Alle A zijn B (Alle karpers zijn vissen)
- Alle C zijn A (Alle koi zijn karpers)
- Daarom zijn alle C B (Daarom zijn alle koi vissen)
- Kloppend: Een kloppend argument is geldig EN de premissen zijn waar. In dit geval:
- Alle karpers zijn vissen: Waar.
- Alle koi zijn karpers: Waar. Koi zijn een specifiek type karper.
Daarom is het argument zowel geldig als kloppend.