Zeedieren gebruiken meerdere zintuigen om te navigeren:
- Zicht: Voedsel vinden, predatoren vermijden en navigeren onder verschillende lichtomstandigheden.
- Gehör: Prooidieren, predatoren en omgevingsgeluiden detecteren.
- Geur: Voedsel en partners over lange afstanden lokaliseren.
- Magnetoreceptie: Het aardmagnetisch veld waarnemen om locatie en richting te bepalen.
- Echolocatie: Dolfijnen en walvissen zenden geluidsgolven uit en interpreteren echo's om de omgeving in kaart te brengen.
Deze aanpassingen zijn essentieel voor overleving in de uitgestrekte mariene omgeving.