Huisdieren
De oorsprong van walvissen blijft een actief onderzoeksgebied, maar de heersende visie onder paleontologen en evolutionaire biologen is dat walvissen afstammen van landlevende voorouders. Vroege theorieën wezen op een groep hoefde dieren, de mesonychiërs, die leefden tijdens het Eoceen, ongeveer 50 tot 34 miljoen jaar geleden. Deze bosbewoners hadden langgerekte lichamen en relatief korte ledematen, wat op sommige manieren doet denken aan moderne wolven of beren.
In de loop van de tijd pasten sommige van deze voorouders zich aan een half-aquatische levensstijl aan, waarschijnlijk getrokken door overvloedig voedsel in aquatische omgevingen. Naarmate ze meer tijd in het water doorbrachten, worden hun ledematen geleidelijk meer vinachtig, hun lichamen stroomlijnd, en hun tanden geëvolueerd om vis en andere aquatische prooien te vangen. Uiteindelijk maakten sommige lijnen de overstap naar volledig aquatisch leven, wat leidde tot de walvissen, dolfijnen en bruinvissen die we vandaag kennen. Dit evolutionaire proces wordt vaak cetaceanisatie genoemd.
Wetenschappers bestuderen de nauwkeurige relaties tussen verschillende cetacean-groepen voortdurend, en sommige aspecten van walvisoorsprong blijven ter discussie. Wat duidelijk is: walvissen zijn geëvolueerd uit landzoogdieren door miljoenen jaren geleidelijke aanpassing.