Huisdieren
Vissen hebben aanpassingen ontwikkeld om waterverlies te verminderen, afhankelijk van hun omgeving.
Slijmlaag: Beschermt de huid als barrière tegen waterverlies.
Nieren: Produceren grote hoeveelheden verdunde urine om overtollig water af te spoelen.
Kieuwen: Nemen actief zouten op uit het omringende water om het elektrolytevenwicht te behouden.
Lagere osmotische druk: Lichaamsvloeistoffen hebben een lagere zoutconcentratie dan het omringende water, waardoor diffusie naar buiten wordt voorkomen.
Schubben: Bieden een fysieke barrière tegen waterverlies.
Kieuwen: Scheiden actief overtollige zouten uit.
Nieren: Produceren kleine hoeveelheden geconcentreerde urine om water te besparen.
Hogere osmotische druk: Lichaamsvloeistoffen hebben een hogere zoutconcentratie dan het omringende water.
Gedragsmatig: Graven in modder of verstoppen in beschaduwde gebieden.
Fysiologisch: Sommige kunnen water opslaan om te overleven in droge omgevingen.
Vissen gebruiken combinaties van deze aanpassingen om waterverlies te minimaliseren en interne balans te behouden, variërend per soort en omgeving.