Huisdieren
Fossielen van complete dieren en planten zijn zeldzaam, met verschillende redenen:
Na de dood ondergaat het lichaam snelle ontbinding door micro-organismen (bacteriën, schimmels). Organische stof wordt afgebroken, weinig kans op behoud van heel organisme.
Tafonomie = processen na dood voor fossilering. Aaseters, transport door water/wind, blootstelling aan zon/regen. Deze factoren verstrooien/beschadigen resten, onwaarschijnlijk dat heel lichaam bewaard blijft.
Nodig: snelle begraven (voorkom ontbinding), juist sediment (bescherming), afwezigheid destructieve geologische processen (erosie). Deze voorwaarden komen zelden samen → hele organismen zelden bewaard.
Meeste fossielen worden uiteindelijk vernietigd/veranderd over geologische tijd. Bergvorming, vulkanisme, erosie vervormen/breken/eroderen fossieldragende gesteentes → minder kans op complete fossielen.
Soms was originele populatie klein/lokaal, of alleen bepaalde individuen leefden in fossiliseringsgunstige omgevingen. Dit maakt het moeilijk meerdere exemplaren, laat staan hele organismen, te vinden.
Gevolg: meeste fossielen zijn fragmentair (botten, tanden, schelpen, bladeren). Zeldzaamheid van complete fossielen maakt ze uitzonderlijk waardevol voor paleontologisch onderzoek en begrip oude ecosystemen.