Identificatie van bloedpython en verwanten
Bloedpythons (Python brongersmai), Borneo-pythons (Python breitensteini) en kortstaartpythons (Python curtus) zijn grote, zware slangen uit Zuidoost-Azië. Scheiding op kleur/patroon is lastig door verwarrende benamingen. Duidelijke identificatie via schubtellingen; aanwijzingen ook in grootte, kleur, temperament.
Bron van verwarring
- Onduidelijke populaire namen: kleurcombinaties, locaties, "bloed"/"kortstaart" willekeurig toegepast.
- Oorspronkelijk 3 subspecies van 1 soort → nu 3 losse soorten.
- Genetisch (Keogh et al. 2008): gemeenschappelijke voorouder, twee clades. Borneo + kortstaart = 1 sub-lineage; bloedpython = andere.
Kleur- en patroonverschillen
- Bloedpython: enige met rood/oranje kleuren.
- Borneo vs. kortstaart: Borneo = bruin/geel/beige/grijs variaties. Kortstaart = donkerder, soms bijna zwart.
- Mutaties (100.000+/jaar voor leerhandel) vervagen kleur/patroon als kenmerk.
Schubverschillen (betrouwbaar)
- Buikschubben (ventralia): Bloedpython >166. Andere twee: ≤166.
- Bovenlips schubben (supralabialia): Bloedpython: direct contact met oog. Borneo/kortstaart: extra rij schubben (suboculair) tussen supralabialia en oog.
- Voorste parietaal schubben (tussen ogen op kop): Borneo: linker/rechter breed contact. Kortstaart: gescheiden door andere schubben.
Gevolgen voor houder
- Soortbepaling is grotendeels academisch: biologie, natuurlijke geschiedenis, verzorging zijn vergelijkbaar.
- Grootteverschil: bloedpython tot 2,4 m; andere twee ~1,8 m. → Volwassen bloedpython heeft grotere inrichting nodig.
- Temperament: grote variatie binnen populaties, maar Borneo-python over het algemeen meest handzaam.
Schubtelling is de gouden standaard voor identificatie. Kleur/patroon is onbetrouwbaar door mutaties.