Huisdieren
Cnidaria—waaronder kwallen, koralen, zeeanemonen en hydra's—hebben geen gespecialiseerde ademhalingsorganen zoals longen of kieuwen. In plaats daarvan vertrouwen ze op eenvoudige maar efficiënte mechanismen voor gasuitwisseling.
Cnidaria hebben een hoge verhouding tussen oppervlakte en volume, waardoor zuurstof en kooldioxide rechtstreeks kunnen diffuseren door hun dunne, poreuze lichaamswanden.
De gastrovasculaire holte, gebruikt voor verteering en circulatie, is bekleed met cellen die blootstaan aan het omringende water, wat gasuitwisseling mogelijk maakt.
De gelatinachtige mesogloea tussen de weefsellaagjes bevat kanalen die helpen water te circuleren en de diffusie van gassen te vergemakkelijken.
Minuscule cilia kloppen om waterstromingen te creëren die zuurstof naar weefsels brengen en kooldioxide afvoeren. Spierbewegingen tijdens zwemmen of pulseren helpen ook de circulatie.
Omdat cnidaria een laag metabolisme en eenvoudige lichaamsstructuren hebben, zijn diffusie en basale circulatie voldoende om hun zuurstofbehoefte te dekken.