Huisdieren
Witstaartherten vertrouwen op een combinatie van fysieke en gedragsmatige aanpassingen om vrieskoude wintertemperaturen te overleven.
Hun wintervacht bestaat uit lange, holle dekhaartjes en een dichte ondervacht die lucht vasthoudt, waardoor een effectieve isolerende laag tegen de kou ontstaat.
Een grote lichaamsmassa helpt warmte te behouden, terwijl een langzamere stofwisseling de hoeveelheid voedsel vermindert die nodig is om de lichaamstemperatuur op peil te houden.
Herten zoeken beschutte gebieden op zoals bossen, struikgewas en dalen om wind en sneeuw te ontwijken. Ze kunnen zich ook in de sneeuw nestelen, wat extra isolatie kan bieden.
Door deze aanpassingen kunnen witstaartherten enkele van de koudste klimaten in Noord-Amerika doorstaan.