Huisdieren
Suikervliegertjes zijn kleine buideltjes die wereldwijd als huisdieren worden gehouden. Ze zijn nachtactieve dieren, oorspronkelijk afkomstig uit delen van Australië en Nieuw-Guinea. Suikervliegertjes zijn geen bedreigde soort zoals hun qua uiterlijk vergelijkbare tegenhanger, de mahonievliegertjes.
Zestien dagen na conceptie wordt een onderontwikkeld baby suikervliegertje geboren en klimt het in de buikzak van zijn moeder, waar het 60 tot 72 dagen blijft om te ontwikkelen. Na die periode kunnen de jongen zich verplaatsen en naar believen drinken. Hun ogen zijn nog dicht en ze zijn zeer afhankelijk van hun moeder voor bescherming, schuilplaats, voedsel en troost. Vijf weken na het verlaten van de zak kunnen baby suikervliegertjes rennen, klimmen, springen en zelfs zweven.
Suikervliegertjes eten insecten, fruit, acacia gum, eucalyptussap en soms zelfs hun eigen jongen. Ze mogen geen snoep, frisdrank, kauwgom of menselijke restjes eten.
In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, kunnen suikervliegertjes niet vliegen. Ze zweven door de lucht met behulp van huidmembranen aan de zijkanten van hun lichaam; deze verbinden hun voor- en achterpoten, waardoor ze van boom naar boom kunnen zweven.
Mits ze zachte worden behandeld en niet geschrikt worden, maken de meeste suikervliegertjes goede huisdieren die meestal niet bijten. Als ze geprikkeld worden, kunnen ze echter een lelijke wond toebrengen.
Suikervliegertjes zijn redelijk robuust maar kunnen ziek worden en sterven. Bij haaraafval, verminderde eetlust, bultige kop, matte vacht, slaaptekort, letargie, abcessen, weinig tot geen waterinname of andere ongewone symptomen, is het tijd voor de dierenarts.