Het onderzoek van Harry en Margaret Harlow met apen bracht een revolutie teweeg in het inzicht in kinderontwikkeling. Hun belangrijkste conclusies omvatten:
- Contactcomfort: Baby-apen gaven de voorkeur aan zachte stoffen moeders boven draadmoeders, wat aantoont dat aanraking en warmte cruciaal zijn voor emotionele ontwikkeling.
- Moederontbering: Gebrek aan vroege hechting leidde later in het leven tot angst, slechte sociale vaardigheden en relatieproblemen.
- Belang van sociale interactie: Apen die met leeftijdsgenoten werden grootgebracht, vertoonden een betere sociale aanpassing dan geïsoleerde apen.
- Rol van liefde en genegenheid: Verzorging en genegenheid waren vitaal voor emotionele gezondheid, wat de overtuiging uitdaagde dat alleen fysieke voeding ertoe deed.
- Kwaliteit van hechting: Veilige hechting leidde tot een gezonder psychologische ontwikkeling, terwijl onveilige hechting angst en sociale problemen veroorzaakte.
Hun werk verplaatste onderzoek naar kinderontwikkeling naar het erkennen van het belang van emotionele verbinding en responsieve zorg.