Huisdieren
Apen gebruiken hun staart voor diverse essentiële functies die hun overleven in de bomen en sociale interacties ondersteunen.
De staart fungeert als een tegengewicht, waardoor apen stabiel blijven en greep op takken behouden tijdens het klimmen en springen. Bij sprongen tussen bomen fungeert de staart als een stuur die de richting en balans regelt.
Staartbewegingen, -posities en -gebaren brengen sociale signalen over: agressie, onderdanigheid, speelsheid en paringsbereidheid. Een opgerekte staart kan dominatie aanduiden, terwijl een getuimelde staart vrees of onderdanigheid toont.
Sommige soorten (zoals kapucijnerapen) gebruiken hun staart als een vijfde lidmaat om voedsel of voorwerpen vast te houden, waardoor hun handen vrijblijven voor andere taken.
Door de bloedstroom naar de staart te regelen, kunnen apen warmte afvoeren of behouden, wat helpt bij het handhaven van een constante lichaamstemperatuur.
Bij bepaalde soorten (bijv. spidape en hoepelapen) is de staart grepend (prehensiel), wat hen in staat stelt takken of voorwerpen vast te pakken voor extra zekerheid bij beweging of voedselzoek.