Anti-predator responsen zijn de gedrags- en fysiologische aanpassingen die dieren gebruiken om het risico op predatie te verminderen:
- Vermijding: Gebieden vermijden waar roofdieren bekend zijn om aanwezig te zijn.
- Crypsis: Het gebruiken van camouflage, mimetiek of bedrog om detectie te vermijden.
- Signalen: Het gebruiken van visuele, auditieve of chemische signalen om groepsleden te waarschuwen voor roofdieren.
- Mobbings: Collectief aanvallen of lastigvallen van roofdieren om hen weg te jagen.
- Gedragsveranderingen: Meer waakzaam worden, sneller bewegen of schuilplaats zoeken.
- Fysiologische responsen: Verhoogde hartslag, bloeddruk, ademhaling en afgifte van stresshormonen.
Deze strategieën zijn geëvolueerd door natuurlijke selectie om de overleving te verbeteren.