Krabben handhaven stabiele interne condities via verschillende fysiologische systemen:
- Osmoregulatie: Kieuwen en het integument reguleren water- en zoutbalans met het omringende water.
- Ionregulatie: Kieuwen en antennasklieren beheren natrium, kalium en calciumniveaus voor zenuw- en spierfunctie.
- Temperatuurregulatie: Gedragsthermoregulatie door te verplaatsen tussen leefgebieden of positie aan te passen.
- Ademhalingssysteem: Kieuwen wisselen zuurstof en koolstofdioxide uit met water.
- Bloedsomloop: Een open systeem pompt bloed door sinussen om zuurstof, voedingsstoffen en afval te transporteren.
- Uitscheidingssysteem: Antennasklieren filteren en scheiden stikstofhoudend afval uit.
Deze systemen stellen krabben in staat om te overleven in getijdenzones, zoetwater en diepzeemilieus.