De Kaspische tijger (Panthera tigris virgata) leefde ooit in een groot gebied dat zich uitstrekte van Iran en Turkije door Centraal Azië. Vandaag de dag wordt het als uitgestorven beschouwd. Verschillende factoren hebben bijgedragen aan zijn ondergang:
- Habitatverlies: Landbouw, ontbossing en menselijke nederzettingen hebben het natuurlijke habitat van de tijger gefragmenteerd en vernietigd.
- Jacht en stroperij: De tijgers werden bejaagd voor hun luxueuze bont en lichaamsdelen die werden gebruikt in traditionele geneeskunde, vooral tijdens de 19e en begin 20e eeuw.
- Prooiaantasting: De achteruitgang van wilde zwijnen, herten en berggeiten verminderde het voedselaanbod van de tijgers.
- Politieke instabiliteit: Burgeroorlogen en onrust in delen van zijn verspreidingsgebied belemmerden natuurbeschermings- en antistroperijinspanningen.
De laatste bevestigde waarneming was in 1959 in het Golestan Nationaal Park in Iran. Ondanks latere zoektochten zijn er geen bevestigde waarnemingen meer geweest, en de IUCN beschouwt de Kaspische tijger als functioneel uitgestorven.