Huisdieren
Antilopen hebben geen ogen aan de voorkant van hun hoofd. In plaats daarvan bezitten ze laterale ogen, wat betekent dat hun ogen aan de zijkanten van hun hoofd zijn geplaatst.
Deze plaatsing geeft antilopen een uitzonderlijk breed gezichtsveld. Voor een prooidier is dit een cruciale overlevingsaanpassing. Het stelt hen in staat om roofdieren die van bijna elke richting naderen te spotten, zonder hun hoofd constant te hoeven bewegen.
Hoewel een breed gezichtsveld uitstekend is voor het detecteren van gevaar, brengt het een nadeel met zich mee: verminderd dieptegevoel. Omdat hun ogen niet naar voren gericht zijn, hebben antilopen minder binoculair zicht dan roofdieren zoals leeuwen of mensen. Gevolg: ze zijn meer afhankelijk van hun reuk- en gehoor om afstanden in te schatten en hun omgeving veilig te navigeren.