Huisdieren
Het nieuws is vol verhalen over mensen die infecties oplopen in een ziekenhuis. Hetzelfde kan een hond overkomen. Een hond die een IV-vloeistofcatheter nodig heeft als onderdeel van de behandeling voor een gezondheidsprobleem, loopt het risico een infectie op te lopen door de IV.
IV-vloeistofcatheters en naalden worden gebruikt om vloeistoffen en medicijnen direct in de vene van een hond te administreren. Verschillende catheters en naalden zijn beschikbaar voor dierenartsen. Er kunnen vloeistoffen gegeven worden aan een gedeshydrateerde hond of hogere doses antibiotica aan een hond met een ernstige infectie. Terwijl IV-vloeistofcatheters gebruikt worden om de gezondheid van een hond te herstellen, kunnen ze ook infecties triggeren, volgens "The Complete Textbook of Veterinary Nursing".
Een IV-vloeistofcatheter kan een infectie bij een hond veroorzaken door bacteriën in het systeem van de hond te introduceren. Omdat IV's meestal gegeven worden aan honden met gezondheidsproblemen, kunnen hun immuunsystemen al gecompromitteerd zijn, wat ze vatbaarder maakt voor infectie. Bacteriën kunnen het systeem van de hond binnendringen door de huid waar de naald doorprikt. Ze kunnen ook binnen de vloeistofcatheter reizen als die niet steriel wordt gehouden.
Een hond met een infectie van een IV-vloeistofcatheter krijgt koorts. De huid rond de naald van de IV zal rood en gezwollen zijn. De hond kan wegschrikken bij aanraking als de plek pijnlijk is. Als de infectie een ontsteking van het bloedvat veroorzaakt, kan het bloedvat hard aanvoelen. De hond kan zijn eetlust verliezen en lethargisch zijn, volgens "Textbook of Small Animal Surgery".
De eerste stap bij het behandelen van een infectie veroorzaakt door een IV-vloeistofcatheter is het verwijderen van de catheter en naald. Als de hond nog vloeistoftherapie nodig heeft, kan er ergens anders een nieuwe IV geplaatst worden. De hond kan dan antibiotica krijgen, die de bacteriële infectie ophelpen. Anti-inflammatoire medicatie kan helpen bij koorts en pijn, volgens "Manual of Clinical Procedures in Dogs, Cats, Rabbits, and Rodents".
Dierenartsen kunnen maatregelen nemen om het risico te verminderen dat een hond een IV-cathetergerelateerde infectie oplopen. De plaats waar de catheter geplaatst wordt, moet grondig gereinigd en gedesinfecteerd worden. De catheter, naald en bijbehorende apparatuur moeten allemaal gesteriliseerd zijn voor gebruik. Steriele gazes moeten over de naaldinstekingsplaats worden geplaatst. Deze maatregelen kunnen helpen infectie te voorkomen.