Huisdieren
Veel eigenaren willen het oog van hun hond graag behouden. Soms is dat door ziekte of trauma onmogelijk. Een goede dierenarts probeert alle opties voordat verwijdering wordt aangeraden. Eigenaars die met deze keuze worden geconfronteerd, moeten de drie mogelijke operatietechnieken kennen.
Bloeding, zwelling, roodheid, scharren/pauwen aan het oog, zichtbare deformaties (uitsteekend oog, afwijkende vorm), puistvormende infecties. Bij twijfel: direct naar de dierenarts.
Geen volledige verwijdering, maar verwijdering van de inhoud van het oog. De sclera (witte van het oog) en de extraoculaire spieren blijven behouden. Meest toegepast na complicaties van facoemulsificatie (moderne staarcataractchirurgie).
Volledige verwijdering van het oog inclusief alle spieren, vet, weefsels en aangrenzende structuren. Toegepast bij oogtumoren. Soms ook verwijdering van de oogleden (kankeruitzaaiing of persistente infecties).
Alleen het oogbal zelf wordt verwijderd. Alle omringende weefsels in de oogkas en aangrenzende structuren blijven behouden. Dit is de meest voorkomende procedure. Na afloop worden de oogleden gehecht. Soms wordt een silicone of plastic bol in de oogkas geplaatst voor een natuurlijker uiterlijk voordat de oogleden permanent worden gesloten.
Oogverwijdering kan levensreddend zijn (tumor, infectie die kan uitzaaien). De meeste honden passen zich uitstekend aan met één oog. Honden die beide ogen verliezen, kunnen ook goed leren leven met blindheid. Enucleatie is minder traumatisch en minder verfrijzend dan exenteratie.