Huisdieren
Parodontitis = aandoening weefsels die tanden aan kaakbevestigen. Voedselresten → bacteriën → plaque → tandsteen (moeilijk verwijderbaar) → gengivitis (tandvleesontsteking) → tandverlies → infecties → nieren/lever/hart schade.
Ontwikkelt langzaam → vaker oudere honden. Dieet: droogvoer schuift tanden schoon, natvoer niet. Kleine rassen: hoger risico (tanden dichtbij → voedselresten vastzitten).
Speekselvloed, aan oren/poten krabbelen, foetor ex ore.
Simpele inspectie → indicatie. Definitief: anesthesie + parodontale probe (diepte gingivale sulcus: ideaal 1-3 mm, 4 metingen/tand). Tandvleesuitziing beoordelen.
4 graden (4 = ergst). Graad 1-2: tandsteen verwijderen (schrapen). Graad 3-4: wortelplaning (tandsteen wortel), subgingivale curettage (onder tandvlees), eventueel tandextractie.
Dagelijks borsten + regelmatige dierenartscontroles.