Endotherme dieren, ook wel homeothermen genoemd, handhaven een constante interne lichaamstemperatuur ondanks omgevingsfluctuaties door verschillende aanpassingen:
- Hoge metabolisme: Ze genereren interne warmte via celademhaling.
- Isolatie: Vacht, veren of vetlaag verminderen warmteverlies door lucht vast te houden.
- Vasodilatatie en vasoconstrictie: Ze regelen de diameter van bloedvaten om warmte af te geven of te behouden.
- Gedragsaanpassingen: Zonnebaden of schuilplaatsen zoeken helpt bij het reguleren van temperatuur.
- Torpor en winterslaap: Tijdelijke of langdurige dalingen in metabolisme besparen energie onder barre omstandigheden.
- Contracurrent warmtewisseling: Gespecialiseerde bloedvatenordelingen minimaliseren warmteverlies in uiteinden.
- Bruin vetweefsel: Genereert warmte via niet-trillende thermogenese.
- Ademhalings- en cardiovasculaire aanpassingen: Hijgen, zweten en veranderingen in hartslag helpen homeostase te handhaven.