Huisdieren
Hier is hoe je dit genetica-probleem kunt ontleden:
1. Bepaal de genotypen:
* Gevlekt (dominant): Laten we het dominante alel "S" voorstellen
* Niet-gevlekt (recessief): Laten we het recessieve alel "s" voorstellen
Aangezien het vrouwtjes Dalmatiër gevlekt is, weten we dat ze ten minste één "S" alel moet hebben. We weten echter niet of ze homozygoot (SS) of heterozygoot (Ss) is.
2. Analyseer de nakomelingen:
* Drie van de zes pups zijn niet-gevlekt. Dit betekent dat ze homozygoot recessief (ss) moeten zijn.
* Om een recessief fenotype (niet-gevlekt) te hebben, moet de nakomeling één "s" alel van elke ouder erven.
3. Deductie van het genotype van het mannetje:
* Aangezien het vrouwtjes Dalmatiër een "s" alel heeft bijgedragen aan elk niet-gevlekt pup, MOET het mannetje ook een "s" alel dragen.
* We weten niet of het mannetje ook een "S" alel heeft.
4. Mogelijke genotypen en fenotypen van het mannetje:
* Genotype: Ss (heterozygoot) Hij zou een gevlekt fenotype hebben (omdat "S" dominant is).
* Genotype: ss (homozygoot recessief) Hij zou een niet-gevlekt fenotype hebben.
Conclusie:
We kunnen het fenotype van het mannetje niet definitief bepalen. Hij kan zowel gevlekt als niet-gevlekt zijn. We weten echter zeker dat hij het recessieve "s" alel moet dragen.