Huisdieren
In de evolutietheorie beschrijft "survival of the fittest" het proces waarbij individuen die beter aangepast zijn aan hun omgeving, meer kans hebben om te overleven en zich voort te planten. De term werd populair gemaakt door Herbert Spencer in 1864 als een analogie voor natuurlijke selectie. Charles Darwin beschreef een soortgelijk concept als "het behoud van begunstigde rassen in de strijd om het bestaan".
Survival of the fittest betekent niet dat de sterkste of meest agressieve altijd overleven. Het verwijst naar diegenen die het beste passen bij hun omgeving. Bijvoorbeeld, in koude klimaten kunnen individuen met dikkere vacht een voordeel hebben, terwijl betere camouflage kan helpen om predatoren te ontwijken.