Het is moeilijk om één enkel doel aan te wijzen voor “schoothonden” als ras categorie, omdat het een diverse groep is met uiteenlopende oorsprongen en historische rollen. Er zijn echter enkele algemene factoren die hebben bijgedragen aan hun ontwikkeling:
- Gezelschap: Veel schoothonden werden gefokt voor gezelschap, die warmte en genegenheid boden aan hun eigenaren. Dit was vooral belangrijk in koude klimaten of voor mensen die alleen woonden.
- Ongediertebestrijding: Kleinere rassen zoals terriërs werden oorspronkelijk gefokt om knaagdieren en ander ongedierte te jagen. Ze kunnen als huisdier zijn gehouden naast het verrichten van hun ongediertebestrijdingstaken.
- Statussymbool: Historisch gezien werden kleine honden gezien als symbolen van rijkdom en status. Ze waren gewaardeerde bezittingen, vaak geschonken aan adel of koninklijke families.
- Vermaken: Kleine honden werden soms gefokt voor entertainmentdoeleinden, zoals trucs doen of worden getraind om op te treden in circussen.
Het is belangrijk op te merken:
- De term “schoothond” is geen formele rasclassificatie. Het verwijst naar een groottecategorie van honden die klein genoeg zijn om comfortabel op de schoot van een persoon te zitten.
- Veel schoothondenrassen hebben specifieke geschiedenissen en rollen. Bijvoorbeeld, de Cavalier King Charles Spaniel werd gefokt als metgezel voor koninklijke families, terwijl de Chihuahua werd gefokt voor gezelschap en religieuze doeleinden in Mexico.
Kortom, schoothonden werden niet voor één doel gefokt. Hun ontwikkeling werd beïnvloed door factoren zoals gezelschap, ongediertebestrijding, statussymbool en vermaken.