Huisdieren
Er worden meer katten in westerse huishoudens gehouden dan enig ander dier (Dennis Turner, "The Domestic Cat"). VS kattenpopulatie 1996: 59,1 miljoen. Discussie over beste verzorging: binnen of buiten. ASPCA adviseert alleen binnen, met gecontroleerde buitentoegang, voor langere levensduur en gezondere dieren. Beide situaties hebben gezondheidsrisico's.
Buitenkatten lopen meer risico op besmettelijke ziekten: kattenziekte (panleukopenie), FeLV, FIV (allemaal via contact met geïnfecteerde kat). Rabies via elk warmbloedig geïnfecteerd dier (bloed/slijmvliesafscheiding). Vaccinaties beschikbaar.
Binnenkatten kunnen niet grazen op gras/groenten als buitenkatten. Buitenkatten krijgen ook plantaardige stof via maag/darminhoud van prooidieren. Geef binnenkatten plantaardige stoffen in hun dieet.
Buitenkatten: meer variediteit aan letsels. Vechtjes met katten, hondenaanvallen, roofdieren (coyotes, uilen), beten prooi (mulders), gifslangen, auto-ongelukken, inname/ blootstelling aan giftstoffen, litteken door klitten/klitten. Binnenkatten: elektrisch/gas apparaten, schadelijke huishoudstoffen, giftige planten, chemicaliën, scherpe/gevaarlijke voorwerpen, andere huisdieren.
Binnenkatten: minder kans op beweging/jacht. Obesitas en gedragsproblemen. Interactief speelgoed, kattenbomen helpen stimuleren. Rustposten bij ramen/deuren. Twee katten vermaken elkaar en stimuleren beweging.
Buitenkatten halen ectoparasieten (vlooien, teken) binnen. Binnenkatten ook vlooien als knaagdieren in muren/zolder zitten.
Binnenkatten: makkelijker te monitoren op ongeschikte mens-dier interacties. Onbegeleide buitenkatten: contact met wrede mensen die katten mishandelen/stelen.
Binnenkatten: klauwen scherpen op krabpaal. Controleer regelmatig, knip indien nodig. Te lange klauwen groeien in pootballen -> pijn/letsel. Binnenkatten: meer last van haarballen. Borstelen en anti-haarbal dieet aanbieden.