Huisdieren
Diabetes is een veelvoorkomende ziekte bij katten door onvermogen van insuline om bloedsuiker (glucose) te balancen. Oorzaak: onvoldoende insulineproductie door de pancreas of verkeerd gebruik van insuline in de cellen. Meest voorkomend bij oudere, overgewichtige katern (Cornell Feline Health Center).
Diabetes veroorzaakt hoge bloedglucose omdat het lichaam glucose niet verwerkt. Onverwerkte glucose wordt via urine uitgescheiden, leidend tot verhoogde dors en overmatige urinatie. Glucosespiegels kunnen ook gevaarlijk laag dalen (hypoglycemie), veroorzaakt door insuline-overdosis bij diabetische katten – levensbedreigend.
Om glucose in veilige grenzen te houden: monitoring thuis is makkelijk, bespaart dierenartsbezoeken en stelt frequentere metingen toe. Initieel helpt monitoring bij dosisbepaling insuline. Later controleert het of de insulinebehoefte veranderd is. Bloedglucose meten met menselijke glucometer en bloedmonster van oor of voetzolen. Eigenaar moet ook waterinname, urineproductie, eetlust en gewicht in de gaten houden.
Meeste diabetische katten hebben twee insulinjecties per dag nodig. Hoeveelheid wordt door dierenarts bepaald op basis van 18- tot 24-uurs glucoseprofiel. Dosering kan veranderen, dus continue monitoring nodig.
Voedingsroutine aanpassen is meestal nodig. Diabetische katten reageren goed op hoog-vezeldieet of laag-koolhydraatdieet. Type dieet wordt per proef en fout bepaald. Katten mogen niet onbeperkt eten. Voer een portie bij elke insulinjectie. Bij overgewicht: geleidelijk calorieën verminderen voor gewichtsverlies.
Sommige katten worden behandeld met oraal medicijn glipizide. Het verlaagt glucose maar werkt niet bij alle katten en is niet de favoriete lange-termijn oplossing.