Huisdieren
De meest succesvolle behandeling voor diabetische katten bestaat uit insulinotherapie en gespecialiseerde dieetten. Deze componenten werken samen om gezonde bloedglucoseniveaus te handhaven. De meest gebruikte dieetten bevatten ofwel hoog eiwit en laag koolhydraten, ofwel hoog vezel. Welk dieet het best werkt hangt af van de kat, en kan experimenteren vereisen. Aangezien elk dieet eigen voor- en nadelen heeft, is het best om met uw dierenarts te overleggen wat voor uw kat werkt.
Een hoog vezeldieet kan de bloedsuiker stabiliseren. Vezel beïnvloedt absorptie en metabolisme van glucose en vet. Vezel voorkomt piekglucose na het eten door Darmaabsorptie te vertragen. Succesvol = minder insuline nodig. Regelmatig glucosemonitoring nodig. Hoog vezel dieetten helpen ook bij gewichtsverlies. Overleg met dierenarts of dit helpt bij uw diabetische kat. Voer waarschijnlijk bij dierenarts verkrijgbaar.
Hoog vezel dieet kan ook nadelig zijn. Moet hoge hoeveelheden complexe koolhydraten bevatten voor effect. Deze kunnen glucosepieken veroorzaken - het probleem dat het dieet juist moet voorkomen. Daarnaast: ondergewichtige diabetische katten mogen dit dieet NIET, want ze verliezen nog meer gewicht.
Populair alternatief: hoog eiwit, laag koolhydraat. Katten zijn van nature vleeseters; hun verteeringsysteem is aangepast aan vlees. Weinig koolhydraten houdt bloedsuiker laag. Bij overstap op laag koolhydraat dieet: insulinedosatie moet DIRECT verlaagd worden, anders hypoglycemie (gevaarlijk laag bloedsuiker). Dus: overleg met dierenarts VOOR dieetverandering. Glucosemonitoring thuis of bij dierenarts nauwlettend. Dit dieet waarschijnlijk bij dierenarts verkrijgbaar.
Vochtig/blikkenvoer is meest effectief voor diabetische katten. Check labels op suikergehalte - hoog suiker is schadelijk. Blikkenvoer > droogvoer: hoger watergehalte, lagere koolhydraten. Eiwit in blikkenvoer = meestal dierlijk (ideaal), droogvoer = vaak plantaardig. Half-vochtig voer NIET aanbevolen: suikergehalte te hoog.
Welk dieet u kiest: routinematig bloedsuiker monitoren en nauw samenwerken met dierenarts.