Huisdieren
Twee van de grootste kattenrassen zijn de Maine Coon en de Noorse Boskat, ook wel "Wedgie" genoemd. Beide rassen hebben veel gemeen: ze hebben een groot, spierig lichaam, zijn zeer atletisch en kunnen 35 kilo of meer wegen. Ondanks hun omvang zijn ze beide zeer gericht op mensen en staan ze bekend als "zachte reuzen". Er zijn echter enkele duidelijke verschillen waarmee je deze rassen gemakkelijk kunt onderscheiden.
Kijk naar het gezicht van de Wedgie: het moet een zachte uitstraling hebben met zachte, amandelvormige ogen. Het gezicht is gevormd als een gelijkzijdige driehoek met een sterke kin. De oren zijn gemiddeld tot groot.
Voel de vacht van de kat. Deze moet extreem zacht en zijdeachtig aanvoelen, omdat het een dubbele vacht is. Er kunnen pluizen haar aan de uiteinden van de oren zitten en haar tussen de tenen. Er kan dik, lang haar uit de oren groeien. Let op de zware manen van haar rond het hoofd, de nek en de schouders.
Neem de kat op en let op het gewicht en het stevige, spierige lichaam. De staart is bosrijk en vol en kan bij sommige Noorse Boskatten 30 centimeter lang zijn. Ideaal is dat de staart even lang is als het lichaam.
Bekijk het gezicht van de Maine Coon: het moet evenwichtig en in verhouding zijn, zonder een overdreven kenmerk. De ogen hebben een open, ovale vorm. Bij de tabby-varianten van de Maine Coon-lijn vormen de fronslijnen tussen de ogen de letter "M", zoals in "Maine". De oren zijn groot en lopen naar boven toe taps toe.
Voel de vacht van de kat. Deze moet zijdeachtig zijn en recht vallen. Het is een schubbige vacht, en sommige katten hebben een kraag vacht op de borst. Er kunnen haarpluizen aan de oorpunten zitten. De voeten lijken rond en goed behaard.
Neem de kat op en let op het gewicht en het stevige, spierige lichaam. De staart is bosrijk en vol en kan "gestreept" zijn of ringen hebben als een wasbeer.