Hier zijn enkele voorbeeldzinnen met het woord "haan":
- De haan kraaide luid bij de dageraad, de boer en zijn familie wakker makend.
- De haan trotserde door de boerderij, zijn kleurrijke veren zurigend.
- De haan stond bovenaan de hakorde in de kippenhok, en hij maakte iedereen duidelijk dat hij de baas was.
- De kraai van de haan was een bekend geluid op het platteland, een teken dat een nieuwe dag begonnen was.
- De haan was een symbool van geluk in veel culturen en werd vaak als windwijzer gebruikt.
Met betrekking tot vogels