Er zijn verschillende vogelsoorten die vleugels hebben maar niet kunnen vliegen, waaronder:
- Struisvogels: De grootste levende vogel, struisvogels zijn vliegloze vogels in Afrika. Ze hebben lange poten voor rennen en bereiken snelheden tot 70 km/u. De vleugels dienen voornamelijk voor balans en tijdens baltsrituelen.
- Pinguïns: Pinguïns zijn vliegloze vogels in de Zuidelijke Halfrond. Ze zijn hoog aangepast aan het waterleven, met gestroomlijnde lichamen, vinnetjes en dikke vetlagen voor isolatie. Ze gebruiken hun vleugels voor zwemmen en duiken, niet voor vliegen.
- Kasoearis: Grote, vliegloze vogels in de regenwouden van Nieuw-Guinea en Australië. Ze hebben zware lichamen en sterke poten met drie scherpe klauwen per poot. Vleugels voor balans en baltsvertoon.
- Kiwis: Kleine, vliegloze vogels uit Nieuw-Zeeland. Ze hebben lange, dunne snabels en zijn aangepast aan het leven in holten. Vleugels voor balans en graven.
- Moa: Moa's waren grote, vliegloze vogels in Nieuw-Zeeland tot de 18e eeuw, toen ze uitgestorven zijn door jacht. Ze hadden kleine vleugels ongeschikt voor vlucht.
- Dodo: De dodo was een vliegloze vogel van Mauritius in de Indische Oceaan. Uitgestorven in de 17e eeuw door habitatverlies en roofdieren.