Uilen zijn goed aangepast om de winterkou te overleven. Hun aanpassingen omvatten:
- Dikke veren: Pluizen veren vangen warmte; sommige soorten hebben ook oorpluimen voor warmte.
- Hoge stofwisseling: Helpt lichaamswarmte te produceren, zelfs bij koud weer.
- Rustgedrag: Ze rusten in boomholtes of grotten, soms in groepen, om warmte te besparen.
- 's Nachts jagen: Staat hen toe de koudste temperaturen te vermijden en energie te besparen.
Zolang ze toegang hebben tot voedsel en schuilplaats, zijn uilen goed uitgerust om de winter te overleven.