Lichamelijk
- Lichaamsbouw: Gewervelden hebben een ruggengraat; ongewervelden niet.
- Grootte: Van microscopisch tot de enorme blauwe vinvis.
- Vorm: Lang en dun, kort en rond, met vleugels, vinnetjes of poten.
Gedragsmatig
- Communicatie: Vocalisaties, lichaamstaal, geurmarkering.
- Reproductie: Levendbarend of eierleggend; monogam of polygam.
- Sociaal gedrag: Solitair of groepslevend.
- Dieet: Vleeseters, planteneters of alleseters.
Ecologisch
- Habitat: Bossen, woestijnen, oceanen, en meer.
- Aanpassing: Vacht, klauwen, camouflage, en andere overlevingskenmerken.
Dieren zijn divers en spelen vitale rollen in het milieu.
Met betrekking tot boerderijdieren