Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen. Ze hebben een aantal fysieke aanpassingen die hen in staat stellen dit te doen:
- Vleugels: Vleermuizen hebben vleugels gemaakt van huid en bot, ondersteund door verlengde vingers, waardoor ze lift kunnen genereren en kunnen vliegen.
- Vacht: Vleermuizen hebben vacht die hen helpt te isoleren en warm te houden.
- Oren: Vleermuizen hebben grote oren die hen helpen prooien te horen en in het donker te navigeren.
- Tanden: Vleermuizen hebben scherpe tanden die worden gebruikt om insecten te vangen en te eten.
Andere zoogdieren, zoals zeehonden, walvissen en dolfijnen, hebben zich ook aangepast aan hun omgeving. Zeehonden en walvissen hebben vinnen die hen helpen te zwemmen, terwijl dolfijnen een gestroomlijnd lichaam en een krachtige staart hebben die hen helpen snel door het water te bewegen.
Met betrekking tot boerderijdieren