Wanneer een ionische stof zoals KCl in water oplost, treedt het volgende proces op:
- Polarisatie Van Watermoleculen: Polaire watermoleculen omringen de ionische verbinding. Het positieve uiteinde van water wordt agetrokken door negatieve ionen (Cl⁻), en het negatieve uiteinde door positieve ionen (K⁺).
- Vorming Van Gehydrateerde Ionen: Watermoleculen vormen een hydratatieschil om elk ion, wat een stabiele configuratie creëert die recombinatie voorkomt.
- Breken Van Ionische Bindingen: De polaire aard van water overwint de elektrostatische krachten die ionen in het kristalrooster vasthouden, waardoor ze uiteengaan.
- Dissociatie: De verbinding splijst in K⁺ en Cl⁻ ionen, elk omgeven door hydratatieschillen en vrij bewegend in het water.
- Solvatatie: Gehydrateerde ionen worden gestabiliseerd door watermoleculen in een dynamisch solvatatieschil.
De oplossing kan worden weergegeven als: KCl (s) + H₂O (l) → K⁺ (aq) + Cl⁻ (aq).