Huisdieren
De pH-waarde is een maat voor de waterstofionconcentratie in water. Hoe hoger de concentratie, hoe zurer het water. Hoe lager de concentratie, hoe basischer het water. Als de pH-waarde van het water te hoog of te laag is, kunnen vissen niet overleven.
De pH-schaal loopt van 0 tot 14: 0 is extreem zuur, en 14 is extreem basisch (alkalisch). De pH-schaal is logaritmisch. Elke hele cijferstap vertegenwoordigt een tienvoudige toename in waterstofionconcentratie.
Zuur water heeft een pH van 7. Water met opgeloste gassen, mineralen en chemicaliën heeft een pH-bereik van 5,5 tot 8,5. Zoetwatervissen leven doorgaans in water met een pH-bereik van 5,5 tot 7,5. Zoutwatervissen leven doorgaans in water met pH 8,0. Elke soort heeft een specifiek bereik binnen het algemene bereik.
Als de pH-waarden te hoog worden, neemt de ammoniactoxiciteit toe. De waterhardheid neemt ook toe. Er zijn meer mineralen opgelost in het water. Dit creëert een buffereffect, wat een daling van de pH voorkomt. Als de pH-waarden te laag worden, kan water metalen ionen uit de leidingen en filters lossen.
Om veranderingen in pH te voorkomen, monitor je het water regelmatig met pH-stroken. Als de pH te hoog is, voeg turf toe aan het filter om de pH te verlagen. Als de pH te laag is, voeg minerale zouten zoals calcium toe om de pH te verhogen.
Veel vissoorten kunnen zich alleen voortplanten als de pH binnen een specifiek bereik ligt. Frequente waterwissels en grondelonderhoud helpen een stabiele pH te handhaven.