Meelwormen zijn het larvenstadium van de meelwormkever (een zwarte kever). Ze zijn doorgaans 2,5 cm en wereldwijd te vinden. Belangrijk als voedsel voor mens, huisdier, wild en makkelijk te kweken in gevangenschap. Meelwormen houden van een droge omgeving.
Habitat
- In de wild: droge gebieden. Meestal detritivoor (eten afgestorven organisch: dode planten/dieren). Leven onder stammen, in holen, onder stenen, of waar voedsel is (graansilo's). Meelwormen verdrinken makkelijk → droge omgeving.
Toepassingen
- Meeste gekweekte meelwormen → dierenvoederindustrie. Voer voor exoten: spinne, vogels, hagedissen, knaagdieren. Ook voedselnovelties: chocolade-meelwormen, in snoep.
Gevangenschap
- Kunnen in bijna elk graan (zemelen, haver) gekweekt worden. Eigen kwekerij: meelwormen kopen, in graanbak leggen. Na weken verpoppen tot kevers → paren, eieren leggen. Genoeg eieren/larven → zelfvoorziene kolonie voor voer.
Vochtigheid
- Omdat meelwormen makkelijk verdrinken en kweek erg gevoelig is voor schimmel/bacteriën: habitat zo droog mogelijk houden. Water nodig, maar via groenten. Bijv. stukje aardappel/wortel in bak → drinkbron.