Reuzenpanda's vertonen een scala aan geleerde gedragingen die hen helpen te overleven en omgaan met hun omgeving:
- Gereedschapsgebruik: Panda's zijn in het wild waargenomen bij het gebruik van gereedschap, zoals stokken om voedsel te bereiken of stenen om noten te kraken.
- Communicatie: Panda's communiceren met vocalisaties en lichaamstaal, zoals hoge piepjes om opwinding uit te drukken of lage grommen om voor gevaar te waarschuwen.
- Samenwerking: Panda's zijn sociale dieren en werken vaak samen om te overleven, zoals samenwerken om nesten te bouwen of voedsel te vinden.
- Leren uit ervaring: Panda's passen hun gedrag aan op basis van ervaring, zoals een predator vermijden die hen eerder heeft verwond.
- Objectpermanentie: Panda's begrijpen dat objecten blijven bestaan, zelfs als ze buiten het zicht zijn, zoals terugkeren naar verborgen voedsel later.
- Ruimtelijk geheugen: Panda's onthouden de locatie van voedsel en andere belangrijke hulpbronnen, wat hen helpt hun omgeving te navigeren.
- Sociaal leren: Panda's kunnen van elkaar leren door gedrag te observeren, nieuwe vaardigheden en kennis opdoen die het overleven bevorderen.
Salamanders en watersalamanders