Gewone karpers staan bekend om het degraderen van moerasecosystemen door verschillende gedragingen:
- Bodemverstoring bij bodemvoeding: wroeten in sediment verhoogt troebelheid en vermindert waterhelderheid.
- Vegetatie ontwortelen: ze consumeren en losrukken waterplanten zoals bies en bultrus.
- Vernietiging van paaiplaatsen: nestbouw kan eieren en habitats van andere waterdiensoorten vernietigen.
- Concurrentie om hulpbronnen: karpers concurreren met inheemse soorten om algen, ongewervelden en vislarven.
- Voedingsstofuitstoot: voeding en afval kunnen eutrofiëring en algenbloei bevorderen.
- Ziekteoverdracht: karpers kunnen parasieten en ziekten introduceren bij inheemse vissen.
Het beheersen van karperpopulaties en het herstellen van inheemse vegetatie zijn belangrijk voor het behoud van moerasgezondheid.